terug naar de homepage



Leon Verschueren I richtte op 5 mei 1891 in zijn woonplaats Heythuysen (Limburg) een werkplaats voor orgelonderdelen op. Hij had daartoe opleidingen in de meubelmakerij en in de orgelbouw gevolgd. Zo was hij van 1886 tot 1890 in de leer bij de vooraanstaande orgelmakersfirma Maarschalkerweerd in Utrecht, met name in de pijpenmakerij. Al spoedig maakte hij zijn eerste orgel, een mechanisch eenklaviers instrument, in 1896 gebouwd voor de Hervormde Noodkerk te Schagen (Opus I). Na ruim een eeuw werd dit orgel in 2004 teruggevonden in het Kerkje van Oudesluis.

Mede door de invloed van de Zuidduitse orgelmaker Max Bittner, die van 1904 tot 1955 in het bedrijf werkzaam was, werd de Zuidnederlandse orgelcultuur verrijkt met Duitse laat romantische principes. Als voorbeeld hier het goed bewaarde Verschueren-orgel (1929) in de St. Petruskerk te Gulpen.




Vanaf de jaren 1920 traden achtereenvolgens de vier zonen van Leon Verschueren I tot het bedrijf toe.
Zij stonden tot 1977 aan het roer van de inmiddels bloeiende orgelmakerij.

kreeg naderhand de
algemene leiding. Emile (1909-1985) werd de leider van het in 1937 opgerichtte filiaal in het Belgische Tongeren. Dit filiaal werd in 1951 zelfstandig en heeft bestaan tot 1998.
 
nam vanaf 1946 de
boekhouding en de
overzee-export onder
zijn hoede.


Frans (1914-1986) had zijn orgelmakersopleiding bij de firma Kuhn A.G. in het Zwitserse Männedorf voltooid. Hij bestierde naderhand de pijpenmakerij en de intonatie-afdeling. Tot aan zijn overlijden werkte hij actief mee aan het onderzoek van historisch pijpwerk, het vervaardigen en het restaureren van pijpen, het uitbreiden van het tongwerk-arsenaal en de voorintonatie.

Diverse bedrijfsvergrotingen werden gerealiseerd, onder meer in 1926, 1935, 1947 en in de jaren 1950 en 1960. Versterkingen in personele zin kwamen vooral uit Duitsland en Limburg. Maar in dit verband dienen ook de uit een Oostenrijkse orgelmakersdynastie afkomstige Helmut Brauner en de in het Parijse huis Cavaillé-Coll-Convers opgeleide intonateur Henri Grados te worden genoemd. Grados werkte ieder jaar - van 1948 tot 1969 - een aantal maanden in Heythuysen aan het voorintoneren van tongwerken en het opleiden van jonge intonateurs.

Een representatief voorbeeld uit deze periode is het in 1939 gebouwde electro-pneumatische orgel voor de St. Nicolaaskerk te Heythuysen. Als u een bezoek brengt aan onze werkplaats/ateliers dan kunt u dit orgel nog beluisteren want de kerk ligt 150 meter daarvandaan verwijderd.

Vanaf 1948 worden rugwerken gebouwd en uit 1953 dateert het eerste orgel met een mechanische traktuur. Het aantal mechanische orgels neemt in de loop der jaren sterk toe, de electro-pneumatiek verdwijnt geleidelijk. Wat het uiterlijk betreft zien we in de periode 1945-1960 enerzijds een voortborduren op de open opstellingen zoals die in de vooroorlogse jaren gebruikelijk waren, anderzijds worden er ook instrumenten in -soms zelfs historiserende- orgelkasten gebouwd. Fraaie voorbeelden van het Verschueren-oeuvre uit deze periode zijn de orgels van de H. Johannes Bosco-kerk te Maastricht (1967), van de Liebfrauenkirche te Krefeld (D) (1966) en van de Ned. Hervormde Kerk te Klazienaveen (1971).

Eind jaren 1960 komt in Nederland een hernieuwde oriëntatie op historische orgelbouwprincipes op gang. Hierbij geven restauraties ook voor Verschueren belangrijke impulsen. Hoogtepunten daarbij waren de restauraties van het Le Picard-orgel in de St. Martinuskerk te Gronsveld en van het Robustelly-Smits-orgel in de St. Lambertuskerk te Helmond, voltooid in respektievelijk 1974 en 1976.

 




Vanaf 1977 wordt de orgelmakerij geleid door de derde generatie Verschueren in de persoon van Léon III, zoon van Frans Verschueren. Onder zijn leiding wordt consequent aangesloten bij historische orgelbouwwijzen. Aanvankelijk vooral bij de Zuidnederlands-Luikse orgelbouw uit de 17e en 18e eeuw. Na 1980 ook bij andere (noordelijker) cultuurgebieden en bij de 19e eeuwse orgelbouw.

Sedert 1986 nemen Verschueren orgels prominente plaatsen in op de orgellandkaarten in van bijvoorbeeld Nederland, Belgie, Duitsland, Finland, Italië, Noorwegen, Oostenrijk en Zweden. De toekenning door H.M. Koningin Beatrix van het predikaat "Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier" vormde een (letterlijke) bekroning van het honderdjarig bestaan in 1991.

Op 30 april 2004 werd Léon III door H.M. Koningin Beatrix benoemd tot “Ridder in de Orde van Oranje Nassau” als bijzondere waardering en grote erkentelijkheid voor zijn werk als Algemeen Directeur van Verschueren Orgelbouw Heythuysen B.V. alsmede voor zijn diverse (bestuurs)activiteiten ten behoeve van ontwikkelen en behoud van de orgelbouw in Nederland en het uitdragen van de Nederlandse orgelcultuur.

 




a.
Bij Verschueren Orgelbouw wordt ieder orgelonderdeel in eigen huis gemaakt, van orgelkas tot handgemaakt pijpwerk, waarbij alles gericht is op een goed klankresultaat. Verschueren Orgelbouw heeft overigens de oudste traditie in Nederland wat het vervaardigen van pijpwerk betreft.
b. Geen standaardbouw, maar een voor elke lokatie ontworpen instrument, zowel qua architectuur als qua klankstijl.
c. Bij restauratie/reconstruktiewerk wordt speciaal respekt getoond voor de historische substantie.