Amsterdam, Orgelpark

Opus 1105Uitgangspunt voor het nieuwe orgel is het Frans symfonisch klankidioom. Niet alleen de dispositie en intonatie maar ook de technische aanleg werd gebaseerd op Franse instrumenten uit de 2de helft van de 19de eeuw.

Het orgel heeft 3 klavieren en pedaal en telt 41 registers.

De speeltafel is vrijstaand voor de orgelkast opgesteld. Zowel de toets- als de registermechanieken functioneren mechanisch. Voor het Grand Orgue is een zgn. Barkermachine aangebracht. Zowel het Positif als het Récit zijn in een zwelkast opgesteld. Alle speelhulpen zijn als trede uitgevoerd.

De windlades zijn voorzien van dubbele ventielkasten zodat de ‘jeux de combinaison’ m.b.v. een trede ingeschakeld kunnen worden en gedifferentieerde winddrukken konden worden toegepast.

In het kader van de bouw van een orgel in Göteborg bestudeerden de orgelmakers eerder uitgebreid instrumenten van Cavaillé-Coll. Voorafgaand en tijdens de bouw van het orgel in het orgelpark werden bovendien instrumenten van Stolz, Merklin en Puget onder de loupe genomen.

Het project werd begeleid door de adviseurs Rudi van Straten en Wim Diepenhorst. De opdracht voor de bouw van het instrument werd in 2005 verleend, de opbouw in het Orgelpark ging in het najaar van 2008 van start. Het orgel werd 28 maart 2009 in gebruik genomen met een concert door Ben van Oosten.

Voor de vormgeving van de orgelkast tekende Bas van Hille. Als architect was hij eerder nauw betrokken bij de renovatie van het orgelpark.

Rond de diverse orgel in het orgelpark vinden tal van activiteiten plaats. Nadere informatie vindt men op: www.orgelpark.nl