Someren, H. Lambertus

Opus 1114In 1857 bouwde F.C. Smits II een nieuw orgel voor de Lambertuskerk. Het instrument kreeg twee klavieren en zelfstandig pedaal, maar bijna de helft van de geplande registers bleef gereserveerd.

In 1872 plaatste orgelmaker Franssen uit Roermond een Viola di Gamba op het Manuaal.

Zes jaar later werd het orgel schoongemaakt door Vermeulen uit Weert. Dezelfde orgelmakerij voerde de overplaatsing van het orgel naar de in 1925 gebouwde kerk uit. Bij die gelegenheid is het orgel tamelijk ingrijpend gewijzigd. Zo werd de windvoorziening vernieuwd, werd voor het onderpositief een nieuwe pneumatisch bediende kegellade aangebracht en werden de frontpijpen vervangen door nieuwe exemplaren van zink.

In 1963 volgden opnieuw omvangrijke werkzaamheden. Voor Onderpositief en Pedaal werden nieuwe sleepladen vervaardigd. De historische windlade van het Manuaal werd van een verende sleepconstructie voorzien. De windvoorziening werd wederom vernieuwd en bestond vanaf dat moment uit diverse kleine regulateurs in het orgel. Verder werd de dispositie gewijzigd en uitgebreid waarbij niet bij het werk van Smits, maar bij de toen heersende klankopvatting werd aangesloten.

Als gevolg van de matige conditie van het orgel voerde de firma Vermeulen in 1994 onderhoudswerkzaamheden uit en werden enkele kleine wijzigingen doorgevoerd. Zowel de technische toestand als ook het klankconcept bleken echter niet bevredigend en om die reden kwam de restauratie/reconstructie naar de oorspronkelijke toestand in 2007 op de agenda.

In de periode 2008-2010 werden de historische onderdelen van het orgel gerestaureerd. Alle nieuwe onderdelen werden in de stijl van Smits gereconstrueerd. Bovendien bleek het mogelijk enkele registers Smits-pijpwerk van elders te verwerven en in te passen in het concept. De frontpijpen en de Klairon 4’ uit 1963 werden gehandhaafd. Aan de hand van een historische foto en sporen op het lagerwerk kon de oorspronkelijke aanleg van klaviatuur en registratuur gereconstrueerd worden.

Verder was het mogelijk een aantal gereserveerde registers alsnog te realiseren. Alleen het pijpwerk van de tongwerken van Pedaal en Onderpositief en de Fluit 8’ van het pedaal is nog niet geplaatst.

Het orgel is in de balustrade gesitueerd. De klaviatuur bevindt zich aan de achterzijde. Het Manuaal bevindt zich op kransniveau, aan beide zijden geflankeerd door het Pedaal. Het Onderpositief staat in de onderkast opgesteld. Achter het orgel is een balgstoel met 3 spaanbalgen opgesteld.

De restauratie/reconstructie werd uitgevoerd onder advies van Rogér van Dijk (KKOR) en Wim Diepenhorst (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed).