Overwegingen bij het restaureren van orgels
(Deze tekst diende als uitgangspunt voor een lezing in Deurne op 23 mei 2011).
Het bouwen, verbouwen en restaureren van orgels
Orgels zijn complexe instrumenten en de aanschaf, verbouwing of restauratfie was en is een kostbare aangelegenheid. Over het algemeen zijn orgels op een oerdegelijke wijze vervaardigd met gebruikmaking van materialen van goede kwaliteit zoals hout (orgelkast, windladen, mechanieken), lood en tin (pijpwerk), messing (tongwerken) ijzer (mechanieken) en leer (blaasbalgen, windsysteem). Dat maakt dat alle onderdelen in principe reparabel zijn. Je zou kunnen zeggen: orgels worden gebouwd voor de eeuwigheid.
Na verloop van enkele decennia manifesteren zich tekenen van vervuiling en slijtage en zijn herstelwerkzaamheden nodig om het betrouwbaar functioneren van het instrument te kunnen garanderen. De slijtage betreft vooral de bedieningsmechanieken en het leer van de blaasbalgen.
Orgelbouw is een kunstambacht, een fenomeen dat balanceert tussen techniek en kunst (muziek). Sommige factoren kunnen objectief getoetst worden (iets functioneert al dan niet naar behoren), maar de appreciatie (wat is mooi, wat klinkt goed) is een subjectief gegeven.
De eisen die zowel aan de technische aanleg van een orgel, als aan de klank gesteld worden, zijn sterk afhankelijk van de culturele context waarin het instrument functioneert (stijlperiode, gebruikseisen, internationale contacten, economie, religie, etc.). Met andere woorden: een orgel is, zowel in z’n technische aanleg als wat het artistieke concept betreft, een spiegel van de tijd. Aangezien vanaf de late middeleeuwen in bijna heel Europa orgels gebouwd werden is een ongekend rijke diversiteit ontstaan. De verschillen zijn voor een bepaalde regio en een bepaalde periode karakteristiek en hebben het instrument ‘orgel’ gevormd.
Vaak worden de noodzakelijke herstelwerkzaamheden aangegrepen om wijzigingen aan het karakter van een instrument door te voeren. Zelden wordt voor de drastische oplossing gekozen om een geheel nieuw orgel te bouwen, veelal opteert men voor herstel of op z’n minst hergebruik van aanwezige onderdelen.
Hergebruik van onderdelen vindt en vond om uiteenlopende redenen plaats:
- Financiële redenen: in het verleden drukten de materiaalkosten zwaar op de totaalprijs en was het om die reden interessant materiaal te behouden. Meer recent speelt mee dat de toegevoegde waarde door arbeid veel sterker dan in het verleden een rol is gaan spelen.
- Appreciatie vanwege de artistieke waarde (bijv. hergebruik van orgelkasten).
- Hergebruik van oudere delen werd soms gezien als een garantie voor een goede klankkwaliteit (vb. 1: In de 18de eeuw werden Ruckers-klavecimbels uitgebreid met een zgn. ravalement; deze instrumenten werd een grotere waarde toegekend dan geheel nieuwe instrumenten, vb. 2: Italiaanse luiten werden in 18de eeuw door Zuid-Duitse instrumentmakers verbouwd).
Vaak zijn orgels verbouwd met de bedoeling ‘onvolkomenheden’ op te lossen en ‘verbeteringen’ aan te brengen. De benadering daarbij werd vaak bepaald door het historische kader. Organisten en orgelmakers probeerden het klankkarakter en/of de technische aanleg van een orgel om te buigen om het instrument te laten voldoen aan eigentijdse criteria.
Het al dan niet handhaven van oude onderdelen is dus zowel een kwestie van financiën als appreciatie.
Afgezien van doelbewuste verbouwingen van orgels (‘verbeteringen’ ) werden in het kader van een restauratie soms te goeder trouw ‘verbeteringen’ aangebracht waarvan nu moet worden vastgesteld dat ze schade hebben toegebracht aan de historische substantie (bijv. het vervangen van kernen in labiaalpijpen).
Bij de restauratie van het orgel beperkt het werk in de praktijk zich bijna nooit tot louter technisch herstel (d.w.z. restauratie vanwege slijtage). Zeker wanneer het instrument in de loop der tijden verbouwingen heeft ondergaan en men deze wijzigingen ongedaan wil maken zijn daarvoor grote inspanningen nodig.
Condities voor het restaureren
Om een monument of een onderdeel daarvan ‘onder handen te nemen’ dient men aan de volgende criteria te voldoen:
- Verantwoorde klimaatbeheersing (luchtvochtigheid belangrijker dan temperatuur)
- Regelmatig en verantwoord gebruik van het instrument
- Regelmatig onderhoud en zorgvuldig beheer van het orgel
Indien niet voor restauratie geopteerd wordt is het vanzelfsprekend aandacht te besteden aan het conserveren van monumenten of monumentale delen.
Moeten we wel restaureren?
- Restauratie resulteert in winst (gebruiksmogelijkheden, verwerving van kennis), maar impliceert ook verlies (van substantie en van informatie). Daarom is de vraag ‘moeten we wel restaureren?’ legitiem.
- Gerestaureerde instrumenten vormen een belangrijke bijdrage aan de interpretatie van muziek uit vroeger eeuwen. Historische orgels zijn een uitstekende leerschool voor musici, orgelmakers en orgeldeskundigen en de omgang met historische instrumenten leidt tot een beter begrip en verdieping in de materi.e Herstel en behoud van cultureel erfgoed is daarom ook van groot belang voor hedendaagse artistieke processen.
Uitgangspunten bij restauratie
Binnen onze orgelmakerij wordt bij het restaureren van orgels aan de volgende elementen bijzondere waarde gehecht:
- De werkzaamheden dienen reversibel van aard te zijn: ze moeten in principe ongedaan gemaakt kunnen worden. Dat biedt de mogelijkheid om, vanwege nieuwe inzichten of gegevens, bij een mogelijke toekomstige restauratie zaken ongedaan te maken.
- Gebruik van materialen en technieken dient te worden afgestemd op datgene wat bekend is van het origineel. Het is daarom van belang constructiekenmerken van alle historische onderdelen te documenteren. Databanken waarin deze gegevens zijn ondergebracht zijn belangrijk voor het verwerven van inzicht en het behoud van kennis.
- Bedoelingen van de oorspronkelijke bouwer dienen te prevaleren boven de verworven technische inzichten en bekwaamheden van de restaurateur. Details van de (klank)afwerking zijn karakteristiek voor de ontstaansperiode en de toenmalige omstandigheden.
- ‘Behouden gaat voor vernieuwen’ (motto van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed). In het verleden werd soms een ‘gelikt’ eindresultaat nagestreefd, meer recent heeft men vooral oog voor ‘karakter’ en oorspronkelijkheid. Een terughoudende benadering met respect voor de materie is daarom van belang: oud of authentiek hoeft nog niet altijd mooi te zijn en het is zeker niet de bedoeling het monument/instrument mooier te maken dan ooit bedoeld is.
- Motivatie /inspiratie van de restaurateur: deskundigheid en vakmanschap komen in dienst te staan van het resultaat. Naast vakkennis zijn liefde en sympathie voor het monument in kwestie een vereiste voor een goed resultaat. Vooral voor de esthetische facetten van een restauratie is dat van elementair belang! (De restaurateur moet ondanks eigen voorkeuren en bedenkingen het instrument in kwestie een kans geven. Hij dient met andere woorden met kennis van zaken maar met een ‘open mind’ te handelen). Het is van elementair belang om een tunnelvisie te voorkomen. Daarom moet men alert blijven op ‘verrassingen’ en een kritische houding naar de eigen benadering aannemen.
Enkele persoonlijke overwegingen
- Als we ons maximaal inspannen om het klankconcept van een orgel in ere te herstellen, is het dan ook niet van elementair belang om de akoestiek van het desbetreffende kerkgebouw te ‘beschermen’?
- Elk orgel heeft zijn beperkingen. Het is een utopie een orgel te bouwen dan wel te restaureren dat in alle situaties voor het gehele orgelrepertoire naar behoren functioneert.
Bij al deze bedenkingen ten aanzien van het restaureren van orgels en bij de ‘pijnlijke’ voorgeschiedenis bekruipt je bijna het gevoel dat je het niet goed kunt doen bij een restauratie. Welke ‘fouten’ maken wij nu bij het restaureren van orgels? En hoe vinden we een werkwijze die bijdraagt aan de instandhouding van het monument en zo min mogelijk sporen draagt van 21ste eeuws denken? In tegenstelling tot veel vroegere ‘restauraties’ is het niet ons streven het concept van een orgel te verbeteren of aan te passen aan de huidige eisen. Wij geven er de voorkeur aan om bij een restauratie/reconstructie terug te gaan naar een moment in de geschiedenis van het orgel waarop het als een overtuigend geheel (homogeen concept) gefunctioneerd heeft. (Daarbij moeten we ons trouwens realiseren dat die keuze subjectief is).
Het verdient naar onze mening de voorkeur te kiezen voor een instrument met een overtuigend karakter. Een muziekinstrument dat als één geheel geconcipieerd wordt en waarvan de delen ten dienste staan van elkaar en van de klank biedt de grootste garantie voor een goed resultaat. Een muzikaal instrument biedt bovendien ook mogelijkheden voor het vertolken van repertoire dat in een andere tijd en/of een andere cultuur is ontstaan.
Johan Zoutendijk, 23 mei 2011